Ik kwam deze uitspraak weer tegen toen ik door mijn boekenkast liep en moest meteen denken aan de eerste behandelingen die ik in 2005 heb ondergaan. Hoe ga je hiermee om en wat staat je te wachten? Kan je jezelf er tegen wapenen? Wederom de vraag naar de handleiding. Als iets zeker is in het leven van een kankerpatiënt is het wel de onzekerheid van alles op ieder moment. En dat gaat nooit over.

Mijn grootvader zei altijd: ‘Als je een dag ellende hebt, moet je aan de volgende dag denken jongen’. En hij kon het weten; hij heeft het afzien uitgevonden. Ik heb ook wel eens gevraagd wat je moest doen als je een week ellende hebt, of een maand? Het antwoord laat zich raden: steeds aan het moment er na denken. Nu is dit bij een behandeling tegen kanker niet zo eenvoudig, want deze is zwaar, ellendig en duurt erg lang. Toch zijn er wel dingen die je kunt doen en die helpen. Eerder heb ik geschreven over de motivatie die je nodig hebt om er doorheen te gaan, maar er zijn meer tips.

Ik stapte op maandag 24 januari 2005 onwetend het ziekenhuis binnen voor mijn eerste chemotherapie. Ik slikte Prednison, Tavegil, Paracetamol en Zofran. Ik kreeg via het infuus Cyclofosfamide en Rituximab toegediend en via een injectie Vincrystine. Zoek ze niet op, want je wordt er erg verdrietig van als je de bijwerkingen leest. In de jaren die volgden heb ik nog veel meer van deze chemische middelen gekregen. Ik kwam er in de eerste periode redelijk goed doorheen, maar in 2008 ging ik op de knieën. Ik noem kaalheid, vermoeidheid en misselijkheid. Ik werd steriel. Maar dit waren zeker niet de enige bijwerkingen. Om het kort en bondig samen te vatten: ‘je ligt bij tijd en wijlen in het afvoerputje van de shit en je kunt je later geen situaties meer voorstellen waarbij je er in een meer gênante positie bij ligt.’.

Mijn grootvader schoot mij steeds te hulp. Wanneer ik, zoals in 2005, 9 chemokuren met een doorloop van 3 weken onderging, dacht ik niet aan het einde van deze 27 weken, maar aan de eerste dag na de laatste medicijntoediening. Dag 6 was dit. Die dag was de eerste van het herstel en daarom mooi. Ik plande leuke dingen. Een paar dagen later kon ik nog meer en na een week voelde ik me weer fit. Ik herpakte mijn normale bestaan zo snel mogelijk. Ik was zo kort mogelijk patiënt en zo lang mogelijk Peter. In 2008 heb ik 2 stamceltransplantaties gehad. Beide duurde 10 dagen. Ik stapte op maandag het ziekenhuis in en sprak tot mijzelf: ‘Tot volgende week vrijdag Peter’. Natuurlijk beleefde ik in het ziekenhuis ook dingen en probeerde er het beste van te maken. Zelfs te lachen. Maar toch was mijn focus op het vertrek uit het ziekenhuis. Dan was ik weer bij mijn vrouw en mijn kinderen. Daar wilde ik zijn en dat gaf mij kracht. Leuke dingen doen met mooie mensen en genieten. De essentie van mijn leven. Door de behandelingen op te knippen in delen en te focussen op de mooie momenten en vooral op het einde van de rit, kreeg ik, samen met mijn motivatie, weer energie.

Het bestaan bepaalt het bewustzijn. Tijdens je behandeling en verblijf in het ziekenhuis is je bestaan niet rooskleurig, maar hierna gaat het bergopwaarts. Door met je geest een sprong naar het bestaan van morgen te maken, wordt het perspectief beter. Focus op dit mooie stukje in je leven en knok je door de ellende heen met deze gedachte. Laat de onzekerheid over wat mogelijk gaat komen niet je leven van vandaag bepalen. Het meeste gebeurt toch niet.

Peter Kapitein
Opgeven is Geen Optie!


0 reacties

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.