‘The tissue is not the issue’ hoorde ik een Amerikaanse wetenschapper enkele jaren geleden zeggen. Het gaat niet om het weefsel of orgaan waar de kanker in zit, het gaat om de ontsporing van de celdeling. De mutaties in het DNA. En dat komt er toevallig uit in bijvoorbeeld een borst, een long of een alvleesklier. Daarom noemen we het borstkanker, longkanker, alvleesklierkanker. In 2011 is Inspire2Live gestart met haar programma dat helpt om kanker onder controle te krijgen: Understanding Life! Een titel niet zomaar gekozen en ook niet door zomaar iemand: Paul Nurse. President van de Royal Society in London en Nobelprijswinnaar. Het gaat om het begrip van het leven. Van daar uit begrijp je de afwijking hierop. Als voorbeeld haal ik vaak het verschil aan tussen Bas en mij. Beiden patiënt met het folliculair lymfoom (een variant van lymfeklierkanker). Na dezelfde behandelingen, R-CHOP, Fludarabine (beide chemo), een autologe stamceltransplantatie (met stamcellen van jezelf) en een allogene stamceltransplantatie (met stamcellen van iemand anders) is er nog maar een verschil tussen Bas en mij: Bas is dood en ik leef. Het probleem is simpel: zoek uit waarom dit zo is. En over enkele jaren zal duidelijk zijn dat Bas en ik helemaal niet dezelfde ziekte hadden. Nee; Bas had het Bas-lymfoom en ik het Peter-lymfoon. En stomtoevallig werkte het bij mij wel. En dat toeval moeten we uitsluiten. Dat is de taak van de wetenschap.

We zijn gewend om vrouwen met borstkanker in veel gevallen chemotherapie te geven. We weten ook dat bij ruim de helft de chemotherapie niets doet aan de kanker, maar de vrouw wel de neveneffecten geeft (onder andere misselijkheid en kaal worden). Afschuwelijk, maar zolang je niet weet bij welke vrouwen chemotherapie werkt en bij wie niet, ben je genoodzaakt de vrouwen allemaal te behandelen met chemotherapie. Echter; we kunnen nu via DNA-sequencing bepalen wie in welke groep valt. Welke vrouwen we de neveneffecten kunnen besparen en via opereren en bestralen kunnen helpen. En die we weliswaar de chemotherapie met neveneffecten geven, maar die we ook kunnen vertellen dat het in ieder geval de kanker opruimt. Je ziet af, maar weet waarvoor. Feitelijk is dit de essentie van wat het Antoni van Leeuwenhoek gaat doen: iedere kanker is uniek en zoekt dit dan ook uit. En dit doen ze daar in een samenwerkingsverband met het UMC Utrecht en het Erasmus MC. Dit heet het CPCT, het Center for Personalized Cancer Treatments. Een geweldig initiatief.

Uit deze bepaling van de DNA-mutatie rolt het antwoord op de vraag of en zo ja welke combinatie van medicijnen er gegeven moet worden. En dan lopen we tegen het traliewerk van richtlijnen aan. Dan leren we Nederland kennen. Want dan luidt bijvoorbeeld het antwoord: om uw darmkanker te behandelen moeten we u twee medicijnen geven. Tegelijkertijd. En een daarvan wordt al gegeven, maar het andere medicijn wordt normaal gesproken gegeven aan patiënten met een melanoom. En dat vergoedt de zorgverzekeraar veelal niet. Het spijt ons. We weten nu hoe we u moeten behandelen, maar we doen het niet, want er is geen toestemming. Eerst moet bewezen worden dat het ook werkt en dat moet in een onderzoek met vele honderden patiënten. Dat kan wel even duren. Dit terwijl wetenschappers als René Bernards hier wetenschappelijk een heel andere kijk op hebben. Het kan volgens hem anders, beter en sneller. René Bernards staat internationaal bekend als de beste.

Medicijnen inzetten voor een andere kanker dan waarvoor het in de richtlijn is opgenomen heet ‘off label’ gebruik. Overal is wel een term voor om het minder schrikwekkend te laten klinken, maar het effect is dat je dood gaat, terwijl de oplossing voor handen is. Dit kan toch wel anders, beter en sneller?  Zullen we dat dan maar doen?


0 reacties

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.